ECLI:NL:GHAMS:2019:3717
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over gedeeltelijke transitievergoeding bij substantiële salarisvermindering door functiewijziging
Deze zaak betreft een geschil tussen [appellante], een voormalige lerares die wegens langdurige arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk werd herplaatst als onderwijsassistent met een lagere werktijdfactor en een substantieel lager salaris, en SIPOR, haar werkgever.
De kern van het geschil is of de arbeidsovereenkomst tussen partijen (gedeeltelijk) is beëindigd door de functiewijziging en de daarmee gepaard gaande substantiële en structurele vermindering van salaris en werktijd, en of [appellante] daardoor recht heeft op een (gedeeltelijke) transitievergoeding.
Het hof heeft reeds geoordeeld dat er sprake is van een gedeeltelijke beëindiging vanwege de vermindering van de arbeidstijd met twintig procent, wat recht geeft op een evenredige transitievergoeding. De vraag die nu centraal staat is of een vergelijkbare vergoeding ook verschuldigd is bij een substantiële en structurele salarisvermindering als gevolg van functiewijziging.
Gezien het belang van deze rechtsvraag voor talrijke soortgelijke geschillen heeft het hof besloten prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de toepassing van de transitievergoeding bij salarisvermindering. Het geding is geschorst in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het geding is geschorst en de Hoge Raad wordt verzocht prejudiciële vragen te beantwoorden over de transitievergoeding bij salarisvermindering.