Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven I tot en met IIIfalen daarmee. Hetgeen in de toelichting op die grieven overigens nog is gesteld is in dit verband verder niet relevant.
grieven IV en Vrichten zich kort gezegd tegen het oordeel van de rechtbank dat [A] aan [appellant] een geldlening heeft verstrekt ten bedrage van