Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Aan het begin van het gesprek heeft u kort de situatie aan ons beschreven;
[B] , ik had vanmorgen even een aanvaring met jullie [X] Groom [A] . Deze dame is totaal niet geschikt om te vliegen. Ik heb haar verteld dat ik er melding van maak, heb ik gedaan bij [C] . Haar antwoord op mijn aanspreken “Als jij niet zegt wat ik moet doen, ik zeg jij bent groom en heb te weten wat jij moet doen”. Geen hooinet klaar maken geen paard erin lopen, de EHS Groom [D] , FFF Groom, ik en een uitzendkracht hebben alles gedaan. Wat een drama deze vrouw. Ik zou haar nog niet op een Cavia laten passen.”