Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende stelde bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2015, waarbij de inspecteur de aftrek van dieetkosten voor zijn zoon niet accepteerde vanwege ontbrekende begindatum op de dieetverklaring. De rechtbank stelde het belastbaar inkomen vast op € 8.958 en wees een proceskostenvergoeding toe.
In hoger beroep overwoog het Hof dat belanghebbende recht heeft op aftrek van de dieetkosten van zijn zoon, omdat hij in hoger beroep een correcte dieetbevestiging met ingangsdatum overlegde. Hierdoor werd het belastbaar inkomen verder verminderd tot € 8.608. Echter, het Hof oordeelde dat belanghebbende deze verklaring eerder had kunnen overleggen en dat het instellen van hoger beroep daardoor aan hem zelf te wijten was.
Daarom wees het Hof de proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase af. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze ziet op de proceskostenvergoeding, verklaarde het hoger beroep gegrond, en veroordeelde de inspecteur het betaalde griffierecht voor het hoger beroep aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard met vermindering van het belastbaar inkomen en zonder toekenning van proceskostenvergoeding.