Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 vanwege niet-toegestane aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder vervoerskosten en kosten van speekselsubstituut. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof overwoog dat aftrek van specifieke zorgkosten elk jaar opnieuw beoordeeld moet worden en dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt zonder een duidelijke toezegging of bewuste gedragslijn van de inspecteur. De inspecteur had in eerdere jaren geen standpunt ingenomen dat tot een afdwingbaar vertrouwen kon leiden.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de kosten van speekselsubstituut niet aftrekbaar zijn omdat deze niet op voorschrift van een arts zijn verstrekt, maar slechts geadviseerd. De brief van de tandarts-gnatholoog kwalificeert niet als een voorschrift. De rechtbankuitspraak werd daarmee bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.