ECLI:NL:GHAMS:2019:4254
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep valse bommelding met oogmerk om angst te zaaien
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het doen van valse bommeldingen op een drukbezocht congres in de RAI Amsterdam. Hij verklaarde meerdere malen in het Engels tegen beveiligers en bezoekers dat hij een bom bij zich had en dat hij een bom kon maken, ondanks dat dit niet waar was.
In hoger beroep stelde de verdediging dat het oogmerk ontbrak omdat het slechts een grap was en dat er geen geloof aan de dreiging mocht worden gehecht. Het hof oordeelde echter dat de wet geen eis stelt aan het geloof in de dreiging en dat het oogmerk aanwezig was omdat de verdachte bewust anderen wilde doen geloven dat er een bom was.
Hoewel het hof het bewezenverklaarde strafbaar achtte en de verdachte strafbaar achtte, besloot het geen straf op te leggen. Dit vanwege de omstandigheden waaronder het feit werd gepleegd, het verwarde gedrag van de verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De verdachte werd daarom vrijgesproken van het opleggen van straf.
Uitkomst: Verdachte wordt strafbaar verklaard voor valse bommelding, maar het hof legt geen straf op.