ECLI:NL:GHAMS:2019:4718
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voorlopige hechtenis toegekend ondanks ongewenstverklaring en strafrechtelijke veroordelingen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade als gevolg van voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. De voorlopige hechtenis duurde van 2 september tot 1 november 2015. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk vanwege langdurige procedurele vertraging.
Hoewel verzoeker ongewenstverklaard was en ondanks herhaalde overtredingen van de strafwet in Nederland verbleef, oordeelde het hof dat hij in beginsel recht heeft op een vergoeding. Gezien zijn gedrag werd echter een lagere vergoeding toegekend dan de forfaitaire norm van het LOVS.
Het hof stelde de vergoeding vast op €750 voor de voorlopige hechtenis en €550 voor kosten rechtsbijstand in de procedure. Het verzoek tot verdere vergoeding werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 december 2019.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een schadevergoeding van €750 voor voorlopige hechtenis en €550 voor rechtsbijstand.