ECLI:NL:GHAMS:2019:5014
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- A.N. van de Beek
- A.M. van Amsterdam
- C. Uriot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer wegens vermeende vooringenomenheid in arbeidsrechtelijke zaak
Op 27 mei 2019 diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen raadsheer-commissaris Van Kooten naar aanleiding van een arbeidsrechtelijke zitting op 23 mei 2019. Verzoekster stelde dat de raadsheer persoonlijke vooringenomenheid toonde door onder meer het niet toelaten van te laat ingediende producties, het weigeren om camerabeelden tijdens de zitting te bekijken en een vermeend gebrek aan arbeidsrechtelijke kennis.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en ontvankelijk was. De raadsheer voerde aan dat rechterlijke beslissingen als zodanig geen wrakingsgrond kunnen vormen en dat er geen sprake was van ongelijke behandeling of schending van hoor en wederhoor.
De wrakingskamer stelde vast dat de aangevoerde gronden, zowel afzonderlijk als samen, onvoldoende waren om vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor aan te tonen. Ook het voorlopige oordeel van de raadsheer en de behandeling van de camerabeelden konden geen aanleiding zijn voor wraking.
Daarom wees het hof het wrakingsverzoek af. De beslissing werd op 8 augustus 2019 openbaar uitgesproken door de voorzitter, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer is afgewezen wegens gebrek aan gegronde wrakingsgronden.