ECLI:NL:GHAMS:2019:519
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonheffingen wegens belaste afkoop stamrecht door terbeschikkingstelling geld aan DGA
Belanghebbende, een stamrecht B.V., had een ontslaguitkering van €130.000 ondergebracht en beheerd voor haar DGA. De DGA had dit bedrag geleend zonder dat er aanvankelijk schriftelijke leningsovereenkomsten waren, rente werd betaald of zekerheden werden gesteld. Na een onderzoek door de Belastingdienst werd alsnog een leningsovereenkomst opgesteld in 2013, maar de DGA stopte na twee maanden met rente- en aflossingsbetalingen.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op wegens afkoop van het stamrecht in 2011. De rechtbank stelde de aanslag deels bij, maar het hof bevestigde uiteindelijk dat het ter beschikking stellen van het geld zonder vergoeding en zekerheid neerkomt op een belaste afkoop van het stamrecht. Tevens werd geoordeeld dat de inspecteur terecht geen heffing had moeten doen als de leningsovereenkomst tijdig was nageleefd of als gebruik was gemaakt van de 80%-regeling.
Het hof wees ook bezwaren tegen de hoorplicht en communicatie af en vond geen aanleiding voor vermindering van de heffingsrente of extra kostenvergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonheffingen wegens belaste afkoop van het stamrecht wordt bevestigd.