ECLI:NL:GHAMS:2019:536
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Ouder-Amstel
Belanghebbende kreeg op 22 september 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op het moment van controle om 13:33 uur nog geen parkeerbewijs had voldaan. Hoewel hij om 13:36 uur alsnog een parkeerbewijs kocht, oordeelde de heffingsambtenaar dat de aanslag terecht was opgelegd. Na bezwaar werd de naheffingsaanslag vernietigd, maar de rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Tijdens het hoger beroep stelde belanghebbende dat de heffingsambtenaar onzorgvuldig had gehandeld door hem onvoldoende tijd te gunnen om de parkeerbelasting te voldoen, mede omdat hij bij de parkeerautomaat moest wachten. Het hof nam de verklaringen van twee parkeercontroleurs in overweging, die stelden dat er geen personen bij de parkeerautomaat stonden en dat de standaard werkwijze was gevolgd waarbij wordt gecontroleerd wie er bij de automaat staan voordat een naheffingsaanslag wordt opgelegd.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de heffingsambtenaar niet onzorgvuldig had gehandeld. De auto stond op korte afstand en in het zicht van de parkeerautomaat, en het opleggen van de naheffingsaanslag was daarom gerechtvaardigd. Tevens oordeelde het hof dat het verzoek om proceskostenvergoeding terecht was afgewezen en dat het afzien van horen in de bezwaarprocedure geoorloofd was omdat het bezwaar volledig was ingewilligd door vernietiging van de naheffingsaanslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.