ECLI:NL:GHAMS:2019:661
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wegens gebruik van geschorst voertuig op openbare weg
De inspecteur legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op voor het tijdvak 20 april 2016 tot en met 19 april 2017, met een verzuimboete wegens gebruik van een geschorst voertuig op de openbare weg. Belanghebbende voerde aan dat de auto met een autoambulance naar een garage was gebracht en dat de auto door de garagehouder was verplaatst, waardoor hij niet aansprakelijk zou zijn voor het gebruik.
De rechtbank stelde vast dat de auto tijdens de schorsing op de openbare weg geparkeerd stond, hetgeen gebruik van de weg inhoudt en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden voor schorsing. Belanghebbende gaf inconsistenties in zijn verklaringen over de wijze waarop de auto op de controlelocatie was beland en over de communicatie met de garagehouder. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet had aangetoond dat sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas) en wees het beroep af.
Het Hof onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat ook in hoger beroep de door belanghebbende gestelde feiten niet aannemelijk waren gemaakt. De financiële situatie van belanghebbende, die houder is van zes auto’s, bood geen grond voor matiging van de boete. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting zijn terecht opgelegd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.