ECLI:NL:GHAMS:2019:727
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige voor beperkte periode
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige kind onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling. De moeder voerde aan dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet aanwezig waren en dat de procedure in strijd was met haar recht op hoor en wederhoor.
De raad voor de Kinderbescherming had een verzoek tot ondertoezichtstelling ingediend vanwege zorgen over de thuissituatie, het onderwijs en de ontwikkeling van de minderjarige, mede ingegeven door anonieme meldingen. De moeder weigerde aanvankelijk medewerking aan onderzoek vanwege haar holistische levensvisie en klachten over eerdere jeugdzorg.
Het hof oordeelde dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling terecht had toegewezen voor de periode van 29 augustus tot 20 november 2018, gezien de gegronde zorgen en het gebrek aan zicht op de situatie. Vanaf 20 november 2018 waren de zorgen weggenomen en was voortzetting niet meer gerechtvaardigd. Het verzoek tot voortzetting werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd voor de periode van 29 augustus tot 20 november 2018 en daarna beëindigd.