ECLI:NL:GHAMS:2019:85
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep parkeerbelasting wegens ontbreken bevoegdheid
Het geschil betreft zestien naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd aan [A] B.V. voor parkeren zonder betaling in Amsterdam in augustus en september 2016. Appellant [X] stelde beroep in tegen deze aanslagen, maar trad niet namens de kentekenhouder op en overlegde geen bewijs van zijn bevoegdheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk omdat niet was aangetoond dat [X] bevoegd was namens [A] B.V. op te treden. In hoger beroep betoogde [X] dat hij als feitelijk parkeerder en gebruiker van de voertuigen belanghebbende was, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof overwoog dat het onaannemelijk is dat [X] feitelijk de voertuigen heeft geparkeerd gezien de verschillende kentekens en tijdstippen, en dat hij geen bewijs leverde ter onderbouwing van zijn stelling. Daarom heeft hij geen rechtens relevant belang en is het hoger beroep ongegrond.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de aanslagen. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt bevoegd te zijn namens de kentekenhouder op te treden.