Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
moetbouwen, omdat voor afwijkingen geen vergunning is verleend. Wat het laatste betreft overweegt het hof dat [appellanten] c.s. daarbij kennelijk miskennen dat het uitzetten van de rooilijnen en bebouwingsgrenzen aan de hand van de door [appellanten] zelf aangeleverde situatietekening heeft plaatsgevonden en dat een verplichting tot bouwen op een uitgezette locatie nimmer recht kan geven op grensoverschrijdende bouw op het erf van een derde. Wat het eerste betreft overweegt het hof dat aan dit betoog kennelijk de veronderstelling ten grondslag ligt dat het bij het uitzetten/aanwijzen door de Gemeente tot haar taak behoort daarbij de kadastrale grenzen te betrekken en/of te controleren. Die veronderstelling is echter niet juist, zoals het hof hiervoor (onder 3.9) reeds heeft overwogen.