ECLI:NL:GHAMS:2020:1687
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van huwelijkse voorwaarden en bruidsschat bij echtscheiding onder Iraans recht
Partijen, gehuwd in Iran in 2000 en met dubbele nationaliteit, zijn in 2018 gescheiden. Zij sloten huwelijkse voorwaarden onder Iraans recht, met een Marriage Certificate dat onder meer een bruidsschat van 314 gouden munten bevatte.
De man stelde dat de bepaling over vermogensverdeling niet discriminerend is en dat de vrouw geen recht heeft op de bruidsschat omdat zij de echtscheiding verzocht. De vrouw betoogde dat de bepaling discriminerend is en dat zij recht heeft op de bruidsschat, die niet onder het huwelijksvermogen valt.
Het hof oordeelde dat Iraans recht geldt, dat er geen discriminatie is omdat de vrouw nooit haar vermogen hoeft af te dragen, en dat de bruidsschat onvoorwaardelijk aan de vrouw toekomt. De waarde van de bruidsschat werd vastgesteld op €99.000. Tevens werd bepaald dat de man de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek moet ontslaan.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover die afweek van deze beslissingen en wees het verzoek van de man af om geen vermogensbestanddelen te betalen. De vrouw moet het teveel betaalde boven €99.000 terugbetalen met rente. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet €99.000 betalen als bruidsschat en de vrouw wordt ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek; overige vorderingen worden afgewezen.