ECLI:NL:GHAMS:2020:1772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wegens onvoldoende stelplicht bij levering zandige grond
Partijen sloten op 21 februari 2017 een overeenkomst voor levering van zandige grond tegen een overeengekomen tarief. Groba leverde zand en stuurde facturen naar [X], waarvan een bedrag van € 28.932,13 onbetaald bleef na verrekening met een creditfactuur.
Groba vorderde betaling van dit bedrag, vermeerderd met rente en incassokosten, maar de kantonrechter wees de vordering af omdat Groba onvoldoende had gesteld en bewezen hoeveel zand was geleverd en tegen welke prijs. In hoger beroep stelde Groba dat zij wel aan haar stelplicht had voldaan, onder meer door verwijzing naar producties.
Het hof onderschreef de overwegingen van de kantonrechter dat een enkele verwijzing naar stukken onvoldoende is en dat Groba ook in hoger beroep geen begeleidingsbrieven of chauffeursbonnen had overgelegd. Ook was onduidelijk hoe prijsaanpassingen tot stand waren gekomen. Het hof oordeelde dat Groba onvoldoende inzicht en controleerbaarheid bood en dat de grieven faalden.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en Groba veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Bewijslevering werd niet aan de orde gesteld omdat onvoldoende was gesteld.
Het arrest is uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam op 16 juni 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van Groba af wegens onvoldoende stelplicht.