Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
AMSTERDAM,
1.STICHTING HET ROOMSCH CATHOLIJK MAAGDENHUIS,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
[geïntimeerde sub 4],
[geïntimeerde sub 5] ,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
subsidiair
in alle gevallen
2.De feiten
“instelling eener kerkelijke gemeente”,en kwam daardoor formeel onder toezicht van de kerkelijke overheid te staan
.
Alle overige inrigtingen van armenverzorging maken de klasse der niet parochiale uit, en worden in dit reglement genoemd bijzondere instellingen of inrigtingen van liefdadigheid. Hare inrigting en haar bestuur regelen zich naar hare eigene stichtingsbrieven, statuten of reglementen, behoudens de vereischte kerkelijke goedkeuring en het toezigt van den Bisschop.”
1570 te Amsterdam is gevestigd en werkzaam geweest als een instelling van weldadigheid zoals bedoeld in de thans geldende Armenwet;
De katholieke niet-parochiale instellingen van liefdadigheid, bedoeld in (…) het bij dit besluit opgeheven “Algemeen Reglement voor de Besturen der parochiale en andere katholieke instellingen van liefdadigheid” worden bij het in werking treden van dit Reglement beschouwd als katholieke niet-kerkelijke instelling, met uitzondering van de instelling die door de bisschop als kerkelijke instelling is opgericht of als zodanig erkend.”
lijkt het, of het R.C. Maagdenhuis als R.K.-instelling van weldadigheid geheel staat onder de heerschappij van de Bisschop van Haarlem. De praktijk was en is anders. Twee hoofdpunten zijn:
3.De verdere beoordeling
De overige instellingen zijn katholieke niet-kerkelijke instellingen.”
de uitoefening van de R.K. godsdienst”. Dat criterium mag blijkens de toelichting op deze bepaling echter in ruime zin worden opgevat. Dat kan dus ook (de taken van) een instelling met een charitatief karakter omvatten, ook als die instelling zelfstandig werkzaam is op het terrein van de ‘charitas’ en net als een civiele stichting een doelvermogen heeft, mits zij als kerkelijke instelling is erkend.
“De stichting (…) bezit als zelfstandig onderdeel (…) rechtspersoonlijkheid.”Dit betoog van het Maagdenhuis c.s. moet echter reeds worden verworpen op grond van het feit dat het Maagdenhuis c.s. veronderstelt dat met het gebruik van de term ‘stichting’ zonder meer de civiele stichting wordt bedoeld. Zoals uit het voorgaande blijkt, is die veronderstelling onjuist.
de facto) te ontslaan en er zijn eigen bestuur voor in de plaats te stellen. De kerkelijke rechters hebben hier slechts anders over geoordeeld. Niet aannemelijk is geworden dat zij in redelijkheid niet tot hun beslissing hebben kunnen komen.