De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van fraude met sociale uitkeringen, maar het hof Amsterdam vernietigt dit vonnis en verklaart het ten laste gelegde bewezen. Het hof oordeelt dat verdachte medepleegde aan het valselijk opmaken van een arbeidsovereenkomst, urenlijsten en aanvragen voor de Werkloosheidswet (WW) en Toeslagenwet (TW), die gebruikt zijn om onterecht uitkeringen te verkrijgen.
De arbeidsovereenkomst tussen verdachte en [bedrijf 1] B.V. is vals en de urenlijsten zijn digitaal ingevuld terwijl dit niet strookt met de werkwijze van de vermeende opdrachtgever. Verdachte heeft zijn persoonlijke gegevens en DigiD ter beschikking gesteld, waarmee de valse documenten elektronisch aan het UWV zijn ingediend. Hoewel verdachte stelt dat zijn boekhouder de aanvragen heeft gedaan, acht het hof dit niet aannemelijk.
Het hof concludeert dat verdachte het oogmerk had de valse stukken als echt te gebruiken en dat hij bewust een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de valsheid in geschrifte en het gebruik daarvan. Gelet op de ernst van de feiten en het feit dat verdachte geen berouw toont, legt het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 80 uur op.