Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, waarvan drie weken voorwaardelijk, wegens het besturen van een auto terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde dit vonnis in hoger beroep, waarna de Hoge Raad de strafoplegging vernietigde en de zaak terug verwees voor hernieuwde beoordeling van de straf.
Tijdens de zitting van 11 augustus 2020 heeft het hof de zaak opnieuw beoordeeld. De verdachte had binnen een maand driemaal een auto bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs was ingevorderd. Dit gedrag werd als ernstig aangemerkt, mede vanwege het risico op schade en het ondermijnen van het vertrouwen in rijvaardigheid. Daarnaast was sprake van recidive, wat zwaarder woog.
Het hof overwoog dat een taakstraf uitgesloten was op grond van artikel 22b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van de feiten, de recidive en de jurisprudentie achtte het hof een gevangenisstraf van drie weken passend en geboden. Het arrest vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de strafoplegging betrof en legde de nieuwe straf op.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf wegens driemaal rijden tijdens ingevorderd rijbewijs.