ECLI:NL:GHAMS:2020:2631
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafoplegging wegens verduistering na overschrijding redelijke termijn
De verdachte werd door de rechtbank vrijgesproken van een tenlastelegging, maar het hof verklaart hem niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen deze vrijspraak omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet is toegestaan volgens artikel 404 lid 5 Sv Pro.
De verdachte heeft gedurende zeven jaren aanzienlijke geldbedragen verduisterd van zijn werkgever, waarbij hij als teamleider administratie een groot vertrouwen beschaamde. Hoewel de verdachte schuld erkent, is de civiele schadevordering reeds via een vaststellingsovereenkomst afgewikkeld, waardoor het hof deze vordering afwijst.
Het hof vervangt de overweging van de rechtbank over de overschrijding van de redelijke termijn en erkent een overschrijding van ruim 1 jaar en 4 maanden. Desondanks acht het hof de opgelegde straf passend, mede gezien de terugbetalingen door de verdachte en de richtlijnen van het LOVS.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, behalve ten aanzien van de schadevordering die wordt afgewezen. De verdachte wordt veroordeeld tot de straf zoals eerder opgelegd, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn reeds is verdisconteerd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de strafoplegging voor verduistering en wijst de civiele schadevordering af wegens civiele afwikkeling.