Ymere is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat de vordering tot ontruiming van een woning aan de [woonplaats] had afgewezen. De woning werd gehuurd door [appellant 1], wiens zoon ([appellant 2]) bij een huiszoeking een gas-/alarmpistool en drugs in de woning had. De burgemeester gaf een bestuurlijke waarschuwing, maar sloot de woning niet.
Ymere vorderde ontruiming, betaling van een contractuele boete en vergoeding van incassokosten. Het hof stelde vast dat [appellant 1] op grond van de huurovereenkomst aansprakelijk is voor gedragingen van huisgenoten, ook als hij niet op de hoogte was. Het hof oordeelde dat [appellant 1] zich niet als goed huurder had gedragen door onvoldoende toezicht te houden, mede gezien de eerdere strafrechtelijke veroordelingen van [appellant 2].
Het hof achtte het spoedeisend belang aanwezig en vond de tekortkoming van [appellant 1] ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De vordering tot ontruiming werd daarom toegewezen, met een ontruimingsperiode van dertig dagen. De overige vorderingen werden afgewezen of niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd voor zover het de ontruiming betrof en bekrachtigd voor het overige.