ECLI:NL:GHAMS:2020:28
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Mandjesvergelijking bij overgang van onderneming strijdig met wettelijke regels
In deze zaak gaat het om de vraag of de door Albert Heijn toegepaste mandjesvergelijking bij de overgang van personeel van franchisenemers in overeenstemming is met de wettelijke regels omtrent overgang van onderneming. FNV vordert dat Albert Heijn de persoonlijke toeslagen die via de mandjesvergelijking worden toegekend, niet mag afbouwen en moet verhogen met cao-loonsverhogingen.
De kantonrechter had de vorderingen van FNV grotendeels toegewezen, stellende dat de mandjesvergelijking niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen, met name artikel 7:662 BW Pro en de Europese richtlijn 2001/23. Albert Heijn ging in hoger beroep tegen dit oordeel en stelde dat de mandjesvergelijking noodzakelijk is voor het inpassen van beloning in haar systemen en dat werknemers hiermee hadden ingestemd.
Het hof onderschrijft de overwegingen van de kantonrechter en oordeelt dat de mandjesvergelijking niet voldoet aan de regels bij overgang van onderneming. Ook de collectieve actie van FNV op grond van artikel 3:305a BW is toegestaan, maar de gewijzigde vorderingen in incidenteel appel worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van FNV af.