ECLI:NL:GHAMS:2020:3303
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betwiste meerwerkposten en btw-tarief in aannemingsovereenkomst serviceflat
In deze civiele zaak staat de beoordeling van betwiste meerwerkposten centraal in een aannemingsovereenkomst tussen [X] Bouw B.V. en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een serviceflat. Het hof onderzoekt of de meerkosten voor steigers, bouwlift, gevelwerkzaamheden, toilethuur, en andere posten terecht zijn geclaimd en erkend. Daarnaast wordt het toepasselijke btw-tarief over de arbeidscomponent besproken, waarbij het geschil draait om de overgang van 6% naar 21% per 1 juli 2015.
Het hof concludeert dat slechts een deel van de gevorderde meerwerkposten toewijsbaar is, omdat niet voor alle posten voldoende bewijs is geleverd dat de VvE akkoord is gegaan of dat de kosten het gevolg zijn van door de VvE opgedragen meerwerk. Zo wordt extra steigerhuur na week 15 afgewezen, evenals kosten voor het steigerdak en bepaalde posten zonweringen. De VvE mag de laatste termijn opschorten vanwege niet uitgevoerde herstelwerkzaamheden.
Ten aanzien van het btw-tarief oordeelt het hof dat het hoge tarief van 21% geldt voor het gehele werk dat nog niet was afgerond op 1 juli 2015, waaronder de plaatsing van de kozijnen. Voor de meerwerkopdracht van 10 december 2014 geldt het lage tarief van 6%. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf 1 december 2015. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere berekeningen en verdere afhandeling.
Uitkomst: Het hof wijst een bedrag van € 316.590,26 exclusief btw toe, met toepassing van het juiste btw-tarief en bevestigt het opschortingsrecht van de VvE.