ECLI:NL:GHAMS:2020:3317
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot afgifte en inzage van bescheiden in civiele procedure
In deze civiele procedure zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin hun vorderingen tegen Betac, een accountants- en belastingadvieskantoor, waren afgewezen. Betac stelde een incidentele vordering in tot afgifte en inzage van diverse bescheiden op grond van artikel 843a en artikel 22 Rv Pro, om haar verweer in de hoofdzaak te kunnen onderbouwen.
Het hof overweegt dat aan de voorwaarden van artikel 843a lid 1 Rv moet worden voldaan, waaronder het rechtmatig belang bij inzage en het bestaan van bepaalde bescheiden die een rechtsbetrekking betreffen. Hoewel Betac aan deze voorwaarden heeft voldaan, wordt de vordering afgewezen omdat Betac niet concreet heeft aangegeven op welke punten haar verweer met de gevraagde stukken zou worden aangevuld. Bovendien acht het hof het overleggen van de stukken niet noodzakelijk voor een behoorlijke rechtsbedeling en is onvoldoende aannemelijk dat Betac in bewijsnood zal komen.
De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak zelf wordt verwezen naar de rol voor partijberaad, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 1 december 2020.
Uitkomst: De incidentele vordering tot afgifte en inzage van bescheiden wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijsnood en strijd met de goede procesorde.