Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, enig aandeelhouder en bestuurder van een BV, was het niet eens met aanmaningskosten voor gemeentelijke belastingen over 2015, 2016 en 2017. Na afwijzing van haar bezwaarschriften verklaarde de rechtbank haar beroepen niet-ontvankelijk vanwege het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende voerde betalingsonmacht aan, gesteund op haar persoonlijke financiële situatie, waaronder leningen aan haar BV en hypotheekbetalingen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was het griffierecht te betalen. Haar netto-inkomen lag ruim boven de bijstandsnorm en zij beschikte over vermogen in de vorm van een woning, ondanks de hypotheek en leningen aan haar BV. De betalingen aan haar eigen BV werden gezien als inkomensbesteding, waarbij zij zelf de volgorde van haar uitgaven bepaalt.
Het hof bevestigde dat het beroep op betalingsonmacht niet slaagt en dat het niet betalen van het griffierecht leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Belanghebbende was meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog te voldoen, maar heeft dit nagelaten. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid vanwege het niet betalen van het griffierecht ondanks voldoende financiële middelen.