ECLI:NL:GHAMS:2020:83
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ambtshalve vastgestelde aanslagen inkomstenbelasting en ZVW 2008-2015
Belanghebbende heeft geen aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen gedaan over de jaren 2008 tot en met 2015, waarop de inspecteur ambtshalve aanslagen en verzuimboeten heeft vastgesteld. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen en boetes, maar de rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep betoogde belanghebbende onder meer dat de Belastingdienst de archiefregelgeving en de AVG niet naleefde, en dat de aanslagen te hoog waren vastgesteld. Het hof oordeelde dat deze bezwaren niet afdoen aan de aangifteverplichting en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslagen onjuist zijn. De inspecteur heeft de aanslagen zoveel mogelijk gebaseerd op beschikbare gegevens en heeft de boetes passend opgelegd.
Het hof bevestigt dat belanghebbende stelselmatig in verzuim is geweest en dat de inspecteur bevoegd was om ambtshalve vast te stellen. De vordering tot schadevergoeding kan niet door het hof worden behandeld omdat het beroep ongegrond is verklaard. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het hof is onbevoegd over de schadevergoeding.