ECLI:NL:GHAMS:2020:981
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting zonder belanghebbende
De heffingsambtenaar van de gemeente legde 51 naheffingsaanslagen parkeerbelasting op aan een vennootschap. [X] maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze aanslagen, stellende feitelijke bestuurder en gebruiker van de voertuigen te zijn. De rechtbank oordeelde dat [X] geen belanghebbende was, maar verklaarde de beroepen gegrond en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
In hoger beroep stelde de heffingsambtenaar dat de beroepen niet-ontvankelijk moesten worden verklaard wegens gebrek aan belang. Het hof bevestigde dat [X] niet aannemelijk had gemaakt feitelijke parkeerder te zijn van de voertuigen waarvoor de naheffingsaanslagen waren opgelegd. De rechtbank had terecht geconcludeerd dat het fysiek onmogelijk was dat [X] alle voertuigen had geparkeerd gezien de tijdstippen en locaties.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en wees de veroordeling van de heffingsambtenaar in kosten en griffierechten af. Het hof zag geen aanleiding tot een andere beoordeling en bevestigde dat alleen belanghebbenden aanspraak kunnen maken op bezwaar en beroep tegen naheffingsaanslagen.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende.