ECLI:NL:GHAMS:2021:1395
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met aanpassing uitkering en afwijzing incidenteel verzoek
Het geschil betreft een hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake partneralimentatie aan de vrouw na ontbinding van hun huwelijk in 2020.
De man betwist de behoefte van de vrouw aan alimentatie en stelt dat zij voldoende verdiencapaciteit heeft ondanks psychische klachten. Het hof oordeelt echter dat de vrouw door haar psychische klachten en beperkte taalvaardigheid niet in staat is volledig in haar levensonderhoud te voorzien en dat zij recht heeft op een aanvullende uitkering.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van zijn fiscaal loon, bestaande onderhoudsverplichtingen, woonlasten, zorgkosten en noodzakelijke schulden. Op grond hiervan wordt de alimentatie vastgesteld op €91 per maand vanaf 22 september 2020 en €171 per maand vanaf 22 september 2021.
Het hof bepaalt tevens dat de vrouw het teveel betaalde aan alimentatie moet terugbetalen, aangezien zij een uitkering ontvangt die het eigen inkomen aanvult tot bijstandsniveau.
In het incidenteel hoger beroep verzoekt de vrouw de man tot afgifte van persoonlijke spullen. Dit verzoek wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de man deze spullen in bezit heeft.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd naar €91 per maand vanaf 22 september 2020 en €171 per maand vanaf 22 september 2021; het verzoek tot afgifte persoonlijke spullen wordt afgewezen.