ECLI:NL:GHAMS:2021:1953
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige na beëindiging omgang
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die zijn verzoek tot ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kind heeft afgewezen. De ouders zijn gescheiden en de moeder oefent sinds augustus 2020 het gezag alleen uit. De omgang tussen vader en kind is sinds 2018 stopgezet, wat aanleiding gaf tot zorgen over ouderverstoting.
De vader stelt dat de moeder niet bereid is adequate hulpverlening te accepteren en dat ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de omgang te herstellen. De moeder betwist dit en wijst op haar inzet voor hulpverlening en de problematische omgangssituatie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert geen ondertoezichtstelling omdat de moeder voldoende zorg draagt en hulpverlening inschakelt.
Het hof overweegt dat hoewel er zorgen zijn over de ontwikkeling van het kind, deze niet ernstig genoeg zijn om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen. De moeder zoekt adequaat hulp en het ontbreken van omgang alleen is onvoldoende grond. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.