ECLI:NL:GHAMS:2021:1956
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in meeleefgezin
De zaak betreft de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met autisme spectrumstoornis en een lichte verstandelijke beperking, die sinds 2018 in een meeleefgezin woont. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging, stellende dat een overplaatsing naar een woonvoorziening beter zou zijn vanwege de stroef verlopende samenwerking met de meeleefmoeder.
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) stellen dat de minderjarige goed gehecht is aan het meeleefgezin en zich daar goed ontwikkelt. De meeleefmoeder bevestigt dit en benadrukt het belang van continuïteit en stabiliteit voor de minderjarige. Het hof overweegt dat een overplaatsing naar een woonvoorziening met een prikkelrijke omgeving niet in het belang is van de minderjarige, die juist baat heeft bij de rustige gezinssetting.
Het hof constateert dat de relatie tussen de moeder en de meeleefmoeder zorgelijk is, maar dat de GI werkt aan verbetering van de samenwerking en dat de moeder ambulante spoedhulp ontvangt die haar helpt. Gelet op de belangen van de minderjarige wordt de machtiging tot uithuisplaatsing in het meeleefgezin verlengd en het hoger beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in het meeleefgezin en wijst het hoger beroep van de moeder af.