ECLI:NL:GHAMS:2021:1962
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling met opbouw en begeleiding tussen minderjarige en moeder
Het geschil betreft de omgangsregeling tussen een minderjarige en zijn moeder na ontbinding van het huwelijk van zijn ouders. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige is bij de vader, die het eenhoofdig gezag uitoefent. De moeder verzocht om herroeping van eerdere beslissingen en een omgangsregeling met het kind, waarbij zij bezwaar maakte tegen begeleide omgang.
Het hof heeft het verzoek tot herroeping van de hoofdverblijfplaats en het gezag afgewezen omdat de eerdere beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. De omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige is vernietigd en opnieuw vastgesteld met een opbouwende omgang, beginnend met begeleide omgang eens per twee weken een dagdeel onder begeleiding van BJZ of een andere professionele instantie tot 31 augustus 2021, gevolgd door een weekendverblijf bij de moeder vanaf 1 september 2021.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een begeleide omgang vanwege de aanhoudende strijd tussen de ouders en de impact daarvan op het kind. Het hof hechtte waarde aan de wens van de minderjarige om contact met zijn moeder te hebben en wees het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator, deskundigenonderzoek en persoonlijk horen af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ouders worden aangespoord verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering van de omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof stelt een begeleide omgangsregeling met opbouw vast waarbij de minderjarige eens per twee weken op zaterdag omgang heeft met de moeder onder begeleiding tot 31 augustus 2021, en vanaf 1 september 2021 een weekendverblijf bij de moeder.