ECLI:NL:GHAMS:2021:2702
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie, partneralimentatie en inkomensverlies na ontslag
Partijen zijn gescheiden en hebben vijf kinderen, waarvan drie minderjarig zijn en bij de vrouw wonen. De man was tot mei 2019 werkzaam als operationeel directeur en verloor zijn baan door bedrijfseconomische redenen, waarna hij een WW- en later een IOW-uitkering ontving. De vrouw werkt sinds september 2018 en ontvangt een IVA-uitkering.
In hoger beroep is de alimentatie voor de kinderen en de partner aangepast. Het hof oordeelde dat het inkomensverlies van de man onherstelbaar en niet verwijtbaar is, waardoor zijn draagkracht is gebaseerd op zijn WW-uitkering en ontslagvergoeding. De vrouw heeft een hogere woonlast en een lening voor een auto die zij nodig heeft voor de kinderen.
De bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de jongste drie kinderen is vastgesteld met verschillende bedragen per periode, en de bijdrage voor de meerderjarige [kind 2] is vastgesteld tot haar meerderjarigheid. De partneralimentatie is beperkt tot een kleine aanvullende uitkering tot april 2020. De vrouw moet een teveel ontvangen bedrag niet verder terugbetalen vanwege haar financiële situatie en de belangen van de kinderen.
Uitkomst: Het hof heeft de alimentatieverplichtingen aangepast op basis van het onherstelbare inkomensverlies van de man en de draagkracht van partijen, met een beperkte partneralimentatie tot april 2020 en aangepaste kinderalimentatiebedragen.