Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 706.467 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verminderd wordt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.572;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345 aan eiseres te vergoeden.”
2.Feiten
Feiten
De kapitaalstorting in [I] vond plaats op 22 december 2014. De met de kapitaalstorting samenhangende schuld bedroeg per 31 december 2014 Peso 105.499.352. Gedurende 2015 zijn de volgende betalingen gedaan door de fiscale eenheid, ter gedeeltelijke voldoening van deze schuld:
Betaalde rente (af):
-/- 214.083
€ 207.846Totaal: € 1.783.275
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van de rechtbank
Geschil
5.Beoordeling van het geschil
De inspecteur heeft de aangifte gevolgd. Daarmee is het ontbreken van de zakelijkheid van de rechtshandeling en de daarmee verband houdende schuld beoordeeld en vastgesteld.
Het zou in strijd zijn met doel en strekking van artikel 10a, derde lid, van de Wet om jaarlijks te kunnen kiezen wel of geen beroep op de tegenbewijsregeling te doen.
6 Kosten
De inspecteur heeft dan ook, aldus belanghebbende, een kansloos dan wel evident onjuist standpunt ingenomen.
Stb. 2020, nr. 540, heeft het karakter van reparatiewetgeving en vormt derhalve geen reden het hoger beroep in te trekken. Bovendien zou reparatiewetgeving voor het onderhavige geval niet nodig zijn geweest. Het bewijs van zakelijkheid is namelijk geleverd.
Onder deze omstandigheid is naar het oordeel van het Hof van een ‘tegen beter weten in procederen’ geen sprake, ook niet na de indiening van de door belanghebbende vermelde reparatiewetgeving. Ook overigens is niet aannemelijk geworden dat de inspecteur met het instellen van hoger beroep in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Hof zal de vergoeding van proceskosten in hoger beroep derhalve op forfaitaire wijze vaststellen.
7 Beslissing
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 1.496, en
- bepaalt dat van de inspecteur een griffierecht wordt geheven van € 532.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.