ECLI:NL:GHAMS:2021:3355
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huur van loods en btw-belasting van maandelijkse huur
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen partijen een huurovereenkomst voor een loods bestond, inclusief de vraag of de maandelijkse huur van €400 was belast met btw. Het hof bevestigde dat partijen een overeenkomst hadden gesloten waarbij appellant de loods huurde van geïntimeerde voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013. Uit getuigenverklaringen en overgelegde bewijsstukken bleek dat de huurprijs €400 per maand bedroeg, maar dat niet was overeengekomen dat deze huur met btw werd belast.
Appellant voerde tegenbewijs aan en stelde onder meer dat hij slechts een klein gedeelte van de loods gebruikte en dat er geen huurbetaling was afgesproken, maar zijn verklaringen werden onvoldoende onderbouwd en konden de verklaringen van getuigen die de overeenkomst bevestigden niet ontkrachten. Ook het beroep op rechtsverwerking faalde omdat geïntimeerde voldoende had aangetoond dat hij gedurende de huurperiode huurbetalingen had verwacht en had verzocht.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor wat betreft de btw-toewijzing en de ingangsdatum van de wettelijke rente, en veroordeelde appellant om €19.200 aan geïntimeerde te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 november 2014. Daarnaast werd appellant veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren op 2 november 2021.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €19.200 plus wettelijke rente vanaf 13 november 2014.