ECLI:NL:GHAMS:2021:339
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen werknemer als zorgverlener
De werknemer trad op 1 september 2018 in dienst bij Cordaan als leerling medewerker maatschappelijke zorg. In november 2018 werd zij aangehouden wegens verdenkingen van stalking, oplichting en poging tot chantage. Zij verscheen zonder bericht niet op haar werk na haar aanhouding. Het Openbaar Ministerie informeerde Cordaan over de strafzaak. Op 3 april 2019 werd zij veroordeeld voor bellen van 112 zonder noodzaak, belaging en poging tot afdreiging, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.
Cordaan verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van de werknemer, wat de kantonrechter toewijst. De werknemer stelt dat de strafbare feiten in de privésfeer zijn begaan en geen verband houden met haar werkzaamheden, en dat zij hoger beroep heeft ingesteld tegen het strafvonnis. Het hof oordeelt dat het strafvonnis in kracht van gewijsde is gegaan en dat de bewezen gedragingen onverenigbaar zijn met haar functie als zorgverlener, mede vanwege de kwetsbaarheid van cliënten.
Verder rekent het hof het de werknemer aan dat zij geen openheid gaf over haar afwezigheid na haar aanhouding. Gezien het ernstig verwijtbaar handelen is ontbinding terecht en kan het einde van de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2019 worden vastgesteld. De verzoeken om billijke vergoeding en uitbetaling van vakantiedagen worden afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de werknemer wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verwijtbaar handelen van de werknemer; geen billijke vergoeding toegekend.