Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
primairvoor recht zal verklaren dat JACM niet het recht had het erfpachtrecht met betrekking tot de verpachte percelen op te zeggen en als gevolg daarvan toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de erfpachtovereenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is jegens [appellante] en
subsidiair(a) voor recht zal verklaren dat JACM ingevolge artikel 5:87 althans Pro artikel 5:99 BW Pro een waardevergoeding aan [appellante] is verschuldigd en (b) een deskundigenbericht zal gelasten ter nadere bepaling van de omvang van die waardevergoeding, met beslissing over de proceskosten, inclusief nakosten en met wettelijke rente.
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
ahet woonhuis met zwembad, erf, tuin, ondergrond en verdere aan- en toebehoren, staande en gelegen te [adres] , kadastraal bekend [plaats 1] , [perceelnummer 1] , ter grootte van achttien are en zesentwintig centiare (verder: [perceel 1] );
Artikel 15. Verhuur
Afkoopsom [adres]
grief 1faalt.
grief 2evenmin terecht is voorgesteld.
primairevordering van [appellante] in hoger beroep moet worden afgewezen, dat het vonnis waarvan beroep moet worden bekrachtigd en dat het hof toekomt aan de
subsidiaire,
vermeerderdevordering van [appellante] in hoger beroep. Die houdt, kort gezegd, in dat het hof (a) voor recht zal verklaren dat JACM ingevolge artikel 5:87 althans Pro artikel 5:99 BW Pro een waardevergoeding aan [appellante] is verschuldigd en (b) een deskundigenbericht zal gelasten ter nadere bepaling van de omvang van die waardevergoeding. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
ende door [appellante] op de in erfpacht gegeven percelen gerealiseerde/gerenoveerde opstallen. Het hof verwerpt die stelling. Artikel 5:99 BW Pro behoeft niet te worden toegepast in geval van opzegging van de erfpacht door de eigenaar wegens – zoals hier het geval is – tekortschieten door de erfpachter, omdat artikel 5:87 lid 2 BW Pro derogeert aan artikel 5:99 BW Pro. Daaraan voegt het hof nog toe dat [appellante] weliswaar heeft gesteld (memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis onder 40 en 42) dat zij een “kapitale villa” heeft gerealiseerd op de percelen, maar dat JACM daartegenover onweersproken heeft gesteld (memorie van antwoord onder 20) dat die villa er al stond ten tijde van de aankoop door [appellante] (bedoeld zal zijn: ten tijde van vestiging van het erfpachtrecht) en dat tussentijdse (aanvang van) niet afgeronde verbouwingen van [appellante] op zichzelf de waarde van de opstallen niet zullen hebben verhoogd. [appellante] heeft ter zitting van het hof ook niet toegelicht wat de verbouwingen exact inhielden en wat de stand van zaken daarvan precies is.
4.Beslissing
14 december 2021voor een akte aan de zijde van [appellante] met het hiervoor onder 3.7 aangegeven doel, waarna JACM een antwoordakte zal mogen nemen;