ECLI:NL:GHAMS:2021:3742
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind wegens afwezigheid noodzaak en stabiele financiële situatie
De rechthebbende was sinds 2013 onder bewind gesteld vanwege rugklachten en financiële problemen. De oorspronkelijke bewindvoerder werd in 2021 ambtshalve ontslagen wegens nalatigheid in meerdere zaken. Een opvolgend bewindvoerder werd benoemd, maar de rechthebbende wenste voortzetting van hulp door de voormalige bewindvoerder met wie hij een vertrouwensband had.
De kantonrechter wees het verzoek tot opheffing van het bewind af en stelde de beloning van de nieuwe bewindvoerder vast. De rechthebbende ging in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van die beschikking.
Het hof oordeelde dat de financiële situatie van de rechthebbende al geruime tijd stabiel is, met een overzichtelijke bijstandsuitkering en geen schulden. De noodzaak van het bewind ontbreekt, aangezien vrijwillig budgetbeheer door de voormalige bewindvoerder volstaat. Daarom werd het bewind opgeheven. Het schorsingsverzoek werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en het bewind met onmiddellijke ingang opgeheven. De bewindvoerder moet binnen twee maanden na het einde van het bewind een eindrekening en verantwoording afleggen.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op wegens afwezigheid van noodzaak en wijst het verzoek tot schorsing af.