ECLI:NL:GHAMS:2021:4019
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding huurovereenkomst na sluiting woning wegens handel in harddrugs
De huurder had sinds september 2017 een woning gehuurd van woningcorporatie De Key. Op 8 juli 2020 heeft de burgemeester van Amsterdam de woning voor drie maanden gesloten vanwege de vondst van een handelshoeveelheid cocaïne, contant geld, een weegschaal en een nepvuurwapen in de woning. De sluiting was gebaseerd op het gevaar voor de openbare orde en het risico van criminele activiteiten.
De woningcorporatie ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro en vorderde ontruiming van de woning. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming door de kantonrechter en ging in hoger beroep. Hij voerde onder meer aan dat er geen gevaar of hinder was veroorzaakt, dat de omgang met zijn kinderen in het geding was en dat de aanwezigheid van de drugs een incident was zonder herhalingsgevaar.
Het hof oordeelde dat de sluiting van de woning onherroepelijk was en dat de woningcorporatie gerechtigd was de huurovereenkomst te ontbinden. Het hof vond dat het belang van de corporatie om de ontbinding door te voeren zwaarder woog dan het woonbelang van de huurder, mede vanwege het gevaar voor omwonenden en het risico op verloedering van de woonomgeving. De grieven van de huurder faalden en het hof bevestigde het vonnis tot ontruiming en veroordeelde de huurder in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning.