ECLI:NL:GHAMS:2021:4165
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en ontruiming sociale huurwoning wegens niet-gebruik als hoofdverblijf
In deze zaak vordert PC18 B.V. ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de sociale huurwoning en schadevergoeding wegens het niet als hoofdverblijf gebruiken van het gehuurde door de huurster. Uit een onderzoek door een detectivebureau blijkt dat de huurster het gehuurde niet als woning heeft gebruikt, maar meer als postadres en pied-à-terre.
De kantonrechter wees de meeste vorderingen af, behalve een huurprijsaanpassing. In hoger beroep stelt PC18 dat de huurster de woning ook als bedrijfsruimte gebruikt en haar verplichting tot hoofdverblijf niet nakomt, wat bestuursrechtelijke boetes kan opleveren. Het hof oordeelt dat het gebruik als bedrijfsruimte onvoldoende is bewezen en dat incidenteel gebruik voor zakelijke doeleinden niet strijdig is met de woonbestemming.
Het hof stelt vast dat de huurster tijdens de onderzoeksperiode het gehuurde niet als hoofdverblijf gebruikte, wat strijdig is met de Huisvestingswet en de gemeentelijke verordening. PC18 kan echter de huurovereenkomst niet ontbinden wegens het ontbreken van een ingebrekestelling. Wel krijgt PC18 een verklaring voor recht dat de huurster gehouden is haar hoofdverblijf te houden en aansprakelijk is voor eventuele boetes. De huurster wordt toegelaten tot tegenbewijs en de zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt niet ontbonden wegens ontbreken ingebrekestelling, maar huurster is gehouden hoofdverblijf te houden en aansprakelijk voor bestuursrechtelijke boetes; tegenbewijs wordt toegelaten.