ECLI:NL:GHAMS:2023:2408
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gebruik woonruimte en onderzoekskosten in huurovereenkomst
In deze civiele zaak tussen PC18 B.V. en de huurster staat centraal of de huurster het gehuurde daadwerkelijk als woning heeft gebruikt in de onderzoeksperiode. Na bewijslevering, waaronder getuigenverklaringen en een onderzoeksrapport, staat vast dat de huurster het gehuurde niet als woning gebruikte, maar feitelijk op een boerderij verbleef die als bedrijfsruimte werd gebruikt.
Het hof oordeelt dat deze tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst in beginsel ontbinding rechtvaardigt, maar wijst de ontbindingsvordering af vanwege de lange looptijd van de overeenkomst, het ontbreken van concrete gebruiksvoorschriften, het niet waarschuwen door PC18 en het feit dat PC18 niet werkelijk in haar belangen is geschaad. De huurster moet het gehuurde echter in de toekomst wel als hoofdverblijf blijven gebruiken.
Verder veroordeelt het hof de huurster tot vergoeding van de redelijke onderzoekskosten van het onderzoeksbureau en buitengerechtelijke incassokosten. Een vordering tot gederfde huurpenningen wordt afgewezen wegens gebrek aan causaal verband. De proceskosten worden gecompenseerd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen, maar de huurster wordt veroordeeld tot vergoeding van onderzoekskosten en incassokosten en moet het gehuurde als hoofdverblijf blijven gebruiken.