ECLI:NL:GHAMS:2021:4226
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Uitbreiding zorgregeling voor kind in belang van kinderen na scheiding ouders
Het geschil betreft de zorgregeling voor drie minderjarige kinderen na ontbinding van het geregistreerd partnerschap van verzoekster en verweerster. De kinderen hebben gezamenlijk ouderlijk gezag, maar verblijven verdeeld over beide ouders. De huidige regeling voorziet in beperkte contactmomenten voor kind B met verzoekster, die niet de biologische moeder is.
Verzoekster vordert uitbreiding van de zorgregeling om meer contact en betrokkenheid met kind B en de andere kinderen mogelijk te maken, terwijl verweerster dit afwijst en stelt dat de huidige regeling aansluit bij het biologisch ouderschap en het belang van de kinderen dient. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt het belang van een eenduidige ouderrol en adviseert mediation.
Het hof oordeelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd doordat de kinderen ouder zijn geworden en andere behoeften hebben. De beperkte contactmomenten voor kind B met verzoekster zijn onvoldoende voor een goede ontwikkeling van de onderlinge banden. Ondanks loyaliteitsconflicten acht het hof uitbreiding van de zorgregeling in het belang van de kinderen. De regeling wordt aangepast met wekelijkse weekenden en een gefaseerde uitbreiding van de vakantieregeling, terwijl feestdagenregeling ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en bepaalt dat kind B om de week van vrijdag tot zondag bij verzoekster verblijft met een uitgebreide vakantieregeling in het belang van de kinderen.