Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“Vergoeding overwerk1. Overwerk wordt vergoed in de vorm van vrije tijd. Voor 1 uur overwerk krijg je 1 uur vrije tijd. Aan het eind van het kalenderjaar wordt berekend of je overuren hebt gemaakt. Eventuele overuren dienen uiterlijk in de daarop volgende 13 weken gecompenseerd te worden.2. Als het niet mogelijk is om alle overuren binnen de periode van 13 weken te compenseren in vrije tijd, moeten de nog resterende overuren binnen 4 weken na de 13 weken worden uitbetaald.a. tot en met 2.184 uren tegen 100 % van het uurloonb. de overige overuren tegen 150 % van het uurloon.”
“4.1 Functie indeling1. Je werkgever maakt bij de functie indeling gebruik van het Handboek Referentiefuncties Bedrijfstak Horeca (….)2. Je werkgever stelt een bedrijfsfunctie vast door een omschrijving te maken van de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden die aan je worden opgedragen.
“
Als je werkgever geen beoordelingssysteem toepast of geen beoordelingsgesprek heeft gevoerd, heb je toch recht op een prestatieverhoging. Je zult dat voor 1 april na het beoordelingsjaar bij je werkgever moeten melden. Je werkgever heeft dan nog de kans de beoordeling te doen volgens onvoldoende, voldoende of goed presteren en naar prestaties en resultaten een prestatieverhoging toe te kennen. Als je werkgever daar niet op in gaat, heb je alsnog recht op 2% prestatietoeslag.”
3.Beoordeling
Grief 1in principaal appel richt zich tegen rechtsoverweging 24 tot en met 27 van het bestreden vonnis en betreft de functie indeling van [appellant] ;
Grief 2in principaal appel richt zich tegen rechtsoverweging 28 van het bestreden vonnis en betreft de prestatiebeloning;
Grief 3 en 4in principaal appel zijn gericht tegen rechtsoverweging 29 tot en met 32 van het bestreden vonnis onder het kopje “onbetaald gebleven uren, overwerk, feestdagentoeslag en compensatie van feestdagen”;
Grief 5in principaal appel is gericht tegen rechtsoverweging 33 en 34 van het bestreden vonnis en betreft het uurloon;
Grief 6in principaal appel is gericht tegen rechtsoverweging 35 van het bestreden vonnis waarin – samengevat – is geoordeeld dat de loonvordering van [appellant] wordt afgewezen;
Grief 7in principaal appel betreft de matiging van de wettelijke verhoging en
grief 8in principaal appel de beslissing tot compensatie van de proceskosten.
MvV2020, p.43-52 en
TAP2020/8, nr. 297).