ECLI:NL:GHAMS:2022:1104
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging moeder over jong kind na langdurige pleegzorg
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die haar gezag over haar jongste kind beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. Het kind verblijft sinds 2019 in een pleeggezin vanwege ernstige gezondheidsproblemen van de moeder en haar beperkte opvoedcapaciteit.
De moeder betoogde dat zij inmiddels in staat is om de verzorging en opvoeding op zich te nemen en dat het contact met het kind verbeterd is. De raad voor de Kinderbescherming handhaafde het verzoek tot gezagsbeëindiging, stellende dat de moeder onvoldoende sensitief en responsief is en het kind behoefte heeft aan voorspelbaarheid en continuïteit.
Het hof overwoog dat de moeder ondanks eerdere hulpverlening niet voldoende aansluiting vindt bij de behoeften van het kind, dat inmiddels goed gehecht is aan het pleeggezin. De aanvaardbare termijn voor terugplaatsing is ruimschoots verstreken. Het belang van het kind bij een stabiele opvoedomgeving weegt zwaarder dan het gezag van de moeder.
Het hof bekrachtigde de beschikking tot gezagsbeëindiging, benadrukkend dat de moeder een belangrijke rol blijft spelen in het leven van het kind en dat de GI ruimte moet bieden voor contact en ondersteuning van de moeder-kindrelatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over het kind.