ECLI:NL:GHAMS:2022:1350
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking op klaagschriften inzake beslag en teruggave van goederen en geldbedragen
In deze straf- en ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 3 mei 2022 uitspraak gedaan over klaagschriften van klager en klaagster die teruggave van diverse inbeslaggenomen goederen en geldbedragen vorderen. De goederen waren onder verdachte in beslag genomen op grond van artikelen 94 en 94a Sv. De rechtbank Noord-Holland had eerder teruggave aan verdachte bevolen van bepaalde goederen en een ontnemingsvordering opgelegd.
Klager en klaagster stelden eigenaar te zijn van de goederen en vorderden teruggave, terwijl het openbaar ministerie betoogde dat onvoldoende was aangetoond dat zij rechthebbenden zijn. Het hof oordeelde dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave van de geldbedragen, maar dat onvoldoende was gebleken dat klager en klaagster redelijkerwijs als rechthebbenden van de overige goederen kunnen worden aangemerkt.
Het hof verklaarde het klaagschrift van klager ongegrond, het klaagschrift van klaagster niet-ontvankelijk voor reeds teruggegeven schoenen en ongegrond voor overige goederen, maar gegrond voor de geldbedragen. Het hof beval de teruggave van deze geldbedragen aan klaagster en bepaalde dat de beschikking onverwijld aan klager en klaagster moet worden betekend.
Uitkomst: Het hof verklaart de klaagschriften van klager en klaagster ongegrond behalve voor de geldbedragen die aan klaagster worden teruggegeven.