Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Huurder heeft ten aanzien van het gehuurde pand het eerste recht van koop indien verhuurder het pand aan een derde kan verkopen onder voorwaarde dat de koopprijs en overige voorwaarden tenminste gelijk zijn aan de koopprijs en voorwaarden voor die derde waarmee verhuurder een koopovereenkomst is aangegaan onder voorbehoud van dit eerste recht van koop.”
Binnenkort is er een overdracht bij mijn op kantoor van een bedrijfspand. Het pand is verhuurd. Aan de huurder is een recht van eerst koop afgegeven (zie artikel 13 van Pro de huurovereenkomst).
Bij mij is in behandeling gegeven, de overdracht van de bedrijfsruimte (…). Deze overdracht staat gepland op 15 juli a.s.
. In gemelde huurovereenkomst is een recht van eerste koop t.b.v. u opgenomen.
teneinde zich te kunnen beraden over gebruikmaking van haar eerste recht van koop dient (…) te beschikken over de tussen verkoper en de derde gesloten koopovereenkomst. Cliënte[hof: klaagster]
kan haar recht immers slechts inroepen onder tenminste dezelfde koopprijs en voorwaarden als de reeds aangegane koopovereenkomst. (…) Op voorhand staat cliënte[hof: klaagster]
overigens beslist niet afwijzend tegenover aankoop van het pand, zodat zij zich uitdrukkelijk het recht voorbehoudt om – na verstrekking van bedoelde koopovereenkomst – haar recht in te roepen.”
voor verkoper bestaan ten opzichte van derden geen verplichtingen uit hoofde van een voorkeursrecht (…).”
4.Standpunt van klaagster
5.Beoordeling
Kamerstukken II2009-2010, 32 250, nr. 3, p. 20).
Kamerstukken II1993-1994, 23 706, nr. 3, p. 26).