ECLI:NL:GHAMS:2022:1408
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hennepplanten in sociale huurwoning rechtvaardigen geen ontbinding in dit specifieke geval
In een sociale huurwoning van appellant werden achttien hennepplanten aangetroffen, waarvan negen in de badkamer met één groeilamp en negen op het balkon zonder teeltvoorzieningen. Verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens overtreding van huurverplichtingen en het zero tolerance beleid tegen hennepteelt.
De kantonrechter kende verhuurder gelijk en ontbond de huurovereenkomst, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat hoewel het kweken van meer dan vijf hennepplanten in strijd is met de verplichtingen van een goed huurder, de omstandigheden in deze zaak geen bedrijfsmatige teelt aantonen. Er was geen illegale stroomafname, geen professionele teeltapparatuur en geen overlast of gevaar voor omwonenden.
Daarnaast speelde mee dat appellant al sinds 1986 huurder is, niet strafrechtelijk is vervolgd, en een medische verklaring over langdurig cannabisgebruik voor nervositeit overlegd werd. Het hof vond dat deze omstandigheden samen het woonbelang van appellant zwaarder maken dan het belang van verhuurder bij ontbinding. Het hof waarschuwde appellant echter dat herhaling tot een andere uitkomst kan leiden.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de vorderingen van verhuurder afgewezen. Verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af en veroordeelt verhuurder in de proceskosten.