ECLI:NL:GHAMS:2022:1849
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader na ingrijpende thuissituatie moeder
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank dat de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige dochter bij de man, de vader, zal zijn. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar het kind woont sinds april 2020 bij de vader en verblijft twee nachten per week bij de moeder.
De minderjarige heeft een kwetsbare achtergrond met eerdere verwaarlozing en een periode van uithuisplaatsing. Sinds het wonen bij de vader heeft zij een stabiele woonplek gevonden en haar ontwikkelingsachterstand ingelopen. De vader biedt rust, stabiliteit en voorspelbaarheid en onderhoudt goed contact met de Jeugd- en Gezinsbeschermers.
Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet en er een ruime zorgregeling is met twee overnachtingen per week, acht het hof het in het belang van het kind dat de hoofdverblijfplaats bij de vader blijft. Dit sluit aan bij de feitelijke situatie en bevordert de verdere ontwikkeling van de minderjarige.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader blijft.