Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Tuinwijk Noord in de kosten van – begrijpt het hof – het hoger beroep, inclusief de nakosten en met rente.
Gerechtshof Amsterdam
De huurders van een woning hebben een vordering ingesteld tot machtiging voor het aanbrengen van een glazen voorwand aan een bestaande overkapping. Deze overkapping was in 2002 met toestemming geplaatst, maar in 2016 vervangen door een modernere versie met een glazen voorwand zonder toestemming van de verhuurder. De verhuurder had de huurders gesommeerd de voorwand te verwijderen en een eerdere procedure leidde tot een veroordeling tot verwijdering van de voorwand.
In de bestreden procedure oordeelde de kantonrechter dat de huurders ontvankelijk waren in hun vordering en verleende machtiging op grond van artikel 7:215 BW Pro. De verhuurder ging hiertegen in hoger beroep. Het hof stelde vast dat de huurovereenkomst voor 1 augustus 2003 was gesloten en dat op grond van het overgangsrecht artikel 7:215 BW Pro niet van toepassing is op veranderingen aan de buitenzijde van het gehuurde.
Daarom kon de vordering van de huurders niet op die grondslag worden ontvangen. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde de huurders niet-ontvankelijk in hun vordering. Tevens werden zij veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Huurders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot machtiging voor het plaatsen van een glazen voorwand.