Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
nietheeft uitgelegd. Anders dan Verisure meent, is deze omstandigheid van belang in het kader van de vraag of zij [appellant] toen ter zake heeft geïnformeerd. Er kan immers sprake zijn van een patroon van inadequate informatievoorziening en dat beeld rijst op uit de door [appellant] overgelegde verklaringen. De enkele omstandigheid dat [appellant] in oktober en november 2019 mogelijk ten onrechte niet adequaat heeft geprotesteerd tegen de wijze waarop Verisure de bonus over die maanden had berekend, kan niet leiden tot het oordeel dat ervan dient te worden uitgegaan dat Verisure de bonus (dus) correct had berekend. Hoewel Verisure in hoger beroep geen bewijsaanbod heeft gedaan, laat staan een concreet bewijsaanbod op dit punt, wordt zij, mede gelet op het belang van deze zaak en de eventuele precedentwerking ervan, - ambtshalve - in de gelegenheid gesteld met getuigen te bewijzen dat zij [appellant] tijdens diens sollicitatiegesprek heeft uitgelegd hoe haar bonussysteem (in haar optiek) werkt.
C385/17 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=ecli:ECLI%3AEU%3AC%3A2018%3A1018&locale=nl),
EU:C:2018:1018 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=ecli:ECLI%3AEU%3AC%3A2018%3A1018), punt
33 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=ecli:ECLI%3AEU%3AC%3A2018%3A1018&anchor=)en aldaar aangehaalde rechtspraak).” en “Zo heeft het Hof geoordeeld dat het normale loon tijdens de jaarlijkse vakantieperiode bedoeld is om de werknemer in staat te stellen de vakantiedagen waarop hij recht heeft daadwerkelijk op te nemen. Wanneer het loon dat uitbetaald wordt tijdens de in artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88 bedoelde jaarlijkse vakantie, lager ligt dan het normale loon dat de werknemer in perioden van daadwerkelijke arbeid ontvangt, wordt hij er wellicht van weerhouden zijn jaarlijks betaald verlof op te nemen (arrest van 13 december 2018, Hein,
C385/17 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=ecli:ECLI%3AEU%3AC%3A2018%3A1018&locale=nl),
EU:C:2018:1018 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=ecli:ECLI%3AEU%3AC%3A2018%3A1018), punt
44 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=ecli:ECLI%3AEU%3AC%3A2018%3A1018&anchor=)).” Het hof leidt hieruit af dat de beloning die [appellant] ontvangt tijdens het opnemen van vakantie, gelijk zou moeten zijn aan de beloning die hij genoten zou hebben indien hij geen vakantie had genoten. Uit de gegevens die door Verisure zijn verstrekt blijkt dat [appellant] een bonus genoot die hoger was dan het reguliere basissalaris. Indien structureel een dergelijke substantiële bonus wordt verdiend, zou het uitbetalen van vakantiedagen zonder die bonusverdiensten mee te tellen, een belemmering kunnen vormen om vakantiedagen op te nemen.