ECLI:NL:GHAMS:2022:2043
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en pensioenverevening na echtscheiding
Partijen zijn in 2009 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2021 gescheiden. De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank over partneralimentatie en pensioenverevening. De vrouw stelde tevens incidenteel hoger beroep in.
Het hof oordeelde dat de alimentatieverplichting voortvloeit uit de lotsverbondenheid die ontstaat door het huwelijk en dat deze niet vervalt door het beëindigen van de gezamenlijke huishouding. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.141 netto per maand, waarbij rekening werd gehouden met haar beperkte verdiencapaciteit en bijstandsuitkering. De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn pensioen- en AOW-inkomsten, woonlasten en andere relevante kosten.
De partneralimentatie werd vastgesteld op €756 bruto per maand met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding. Tevens werd bevestigd dat het nabestaandenpensioen dient te worden geconverteerd conform de huwelijkse voorwaarden. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €756 per maand vanaf 30 juni 2021 en pensioenverevening inclusief conversie van nabestaandenpensioen bekrachtigd.